Termen in Problemen

Welke problemen worden door een therapeut behandeld?

A B C D E F G H I J K L M N O P R S T V W Z

A

  • Ademhalingsproblemen (9)
  • Allergieën (5)
  • Angst (33)
  • Astma (3)
  • AD(H)D (11)

    AD(H)D is een gedragsstoornis die wordt gekenmerkt door een concentratietekort (aandachtsstoornissen) en/of impulsiviteit (ze handelen zonder eerst te overwegen wat de consequenties zijn) en/of hyperactiviteit (overactief).

  • Afhankelijkheid - Alcohol/medicatie (8)

    Afhankelijkheid (verslaving) aan alcohol en/of medicatie.

  • Afhankelijkheid - Drugs (7)

    Afhankelijkheid (verslaving) aan illegale drugs (weed, speed, xtc, GHB, heroïne, ...)

  • Angststoornissen (22)

    Een angststoornis is een psychische aandoening die zich kenmerkt door de aanwezigheid van een ongezonde angst. Als een angst geen reële grond heeft en de betrokken persoon er sociale problemen door ondervindt, is er sprake van een stoornis. Er zijn verchillende angststoornissen (Acute stressstoornis, Agorafobie (zonder historie van de paniekstoornis), Angststoornis door een somatische aandoening, Gegeneraliseerde angststoornis,Obsessieve-compulsieve stoornis
    Paniekstoornis (met of zonder agorafobie),Posttraumatische stressstoornis, Specifieke fobie (bv. spinnenfobie), Sociale fobie, Angststoornis door alcohol of drugs, Angststoornis niet anderszins omschreven (restgroep)).

  • Autisme (10)

    Autisme is een pervasieve ontwikkelingsstoornis die zich kenmerkt door beperkingen in de sociale interactie, de communicatie en zich steeds herhalend gedrag.

B

  • Beenlengteverschil (3)
  • Bekkeninstabiliteit (4)
  • Benauwheid (5)
  • buik- en borstkasklachten (5)
  • Buikpijn (8)
  • Burnout (33)

    Het begrip burnout is een containerbegrip voor verschillende ervaringen. Burnout manifesteert zich in een reeks vage klachten. De ene persoon ervaart een burn-out als complete lusteloosheid en uitputting, de andere heeft last van overdreven emotionaliteit en depressieve gedachten. Belangrijk is het tijdig herkennen van de oppervlakkige symptomen en vage klachten waardoor je alsnog op tijd kan ingrijpen.

    Het centrale element bij burnout is het verstoord evenwicht tussen de eisen van het werk en de persoonlijke behoeften. Je kunt het een beetje vergelijken met een elastiekje dat zijn rekkracht verloren heeft omdat er te hard aan getrokken is.

C

  • Cellulite, striae en littekenweefsel (1)
  • Chronische rug- en/of nekpijn (11)
  • Constipatie (7)
  • Concentratieproblemen (14)

    Ergens je gedachten niet bij kunnen houden.

  • CVS en fybromyalgie (14)

    Het Chronisch Vermoeidheids Syndroom (CVS) is een ziekte die gekenmerkt wordt door ernstige vermoeidheid en
    die het lichamelijk en geestelijk functioneren beïnvloedt.

    CVS ontstaat sluipend waardoor er soms geen begin aan te wijzen is.

    Fybromyalgie betekent letterlijk "pijn in de bindweefsels en spieren". De belangrijkste klacht bij fibromyalgie is pijn. De pijn begint meestal in de rug of bij de schouders en breidt zich geleidelijk uit naar andere delen van het lichaam.

D

  • Diabetes (3)
  • Diarree (5)
  • Dissociatieve stoornissen (7)

    Een dissociatieve stoornis is een psychische aandoening waarbij dissociatie het belangrijkste kenmerk is. Dissociatie is een verschijnsel dat bij iedereen wel eens voorkomt(bijvoorbeeld: Dagdromen of met de wagen rijden en plots vaststellen dat je bent waar je moest zijn, zonder je je echt bewust bent geweest van alle handelingen die je hebt gedaan om er te geraken). Het is dus een normaal fenomeen, maar als de verschijnselen zo erg worden dat een mens niet meer normaal kan functioneren, is er sprake van een stoornis.

    Dissociatie wordt veroorzaakt door angst. Normaal gesproken volgt op angst een vecht- of een vluchtreactie. Indien men niet kan vechten of vluchten, en men gedwongen is in een angstige situatie te blijven, kunnen de hersenen besluiten zich te onttrekken aan de wereld. Hebben de hersenen de dissociatie eenmaal ontdekt, dan kunnen ze dit ongevraagd gaan herhalen. Zo kan men gaan dissociëren op momenten dat men akelige herinneringen zich bijna herinnert. De hersenen schakelen zich als het ware uit. De persoon staart wat voor zich uit, is 'van de wereld'. Mensen hebben 'gaten in hun dag' ze kijken ze op de klok, voor hun gevoel vijf minuten later is het opeens drie uur later. Ze hebben geen herinneringen aan de afgelopen drie uur, en waren helemaal 'weg'.

    Het kan leiden tot grote concentratiestoornissen. De persoon presteert soms onder haar niveau tijdens studie en werk.

    De term dissociatie werd voor het eerst gebruikt door de Franse psychiater Pierre Janet (1859-1947) in zijn boek L'Automatisme psychologique. Hij beschreef dissociatie als een in eerste instantie effectief verdedigingsmechanisme tegen een psychisch trauma. Aanhoudende dissociatieverschijnselen beschouwde hij als psychopathologisch.

    In het Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM)worden vier specifieke dissociatieve stoornissen en een restcategorie (NAO) onderscheiden:

    -Dissociatieve amnesie
    -Dissociatieve fugue
    -Dissociatieve identiteitsstoornis
    -Depersonalisatiestoornis
    -Dissociatieve stoornis nao (niet anderszins omschreven, de restcategorie)

    Dissociatie kan ook deel uitmaken van andere psychische ziektebeelden (bijvoorbeeld Posttraumatische stresstoornis (PTSS) of borderline persoonlijkheidsstoornis).

  • Doorbloedingsstoornissen (4)
  • Depressie (32)

    Tijdens een depressie is je gemoedstoestand gedurende langere tijd droevig, neerslachtig en leeg. Een dip hebben en af en toe eens somber, down of treurig zijn, maakt deel uit van het leven, maar bij een depressie blijft de somberheid aanhouden en is door niets meer te beïnvloeden. Mensen met een depressie hebben nergens meer belangstelling voor en beleven geen plezier meer. Hun hele bestaan wordt beheerst door somberheid. Ze missen de energie om nog iets te ondernemen.

  • Dwangmatig gedrag (11)

    Dwangmatig gedrag is een repetitieve geestelijke of lichamelijke handeling die meestal als doel heeft om de angst te verminderen die gewoonlijk samenhangt met een obsessieve gedachte.

E

  • Eetstoornissen (12)

    Eetstoornissen kunnen in verschillende vormen voorkomen. Centraal staat dat je eetgedrag een probleem wordt, als het je leven gaat beheersen zowel in je denken als in je doen. Dit kan zich uiten in Anorexia Nervosa, als je heel weinig of niets eet, zodat je gewicht te laag wordt. Of door veel te eten en daarna misschien over te geven of te laxeren, om zo je gewicht te beheersen, Boulimia Nervosa. Verder kan het zo zijn dat je wel last hebt van veel eten, maar niet overgeeft of laxeert, dan kan er sprake zijn van Binge Eating Disorder. Ook andere verschijningsvormen zijn mogelijk.

  • Enuresis/encopresis - kinderen (2)

    Beide stoornissen hebben te maken met de zindelijkheid van het kind. Enuresis is een andere benaming voor bedplassen. Encopresis is het smeren van de ontlasting op ongeschikte plaatsen, spelen met de ontlasting.

F

  • Fertiliteitsproblemen (9)

    In België spreekt men over vruchtbaarheidsproblemen als een koppel gedurende minstens een
    jaar onbeschermd betrekkingen heeft, zonder zwanger te worden. Mensen met vruchtbaarheidsproblemen worden, vaak voor het eerst in hun leven,
    geconfronteerd met een existentiële onmacht. Zij kunnen iets niet wat voor andere mensen
    ‘de normaalste zaak van de wereld is’.
    Dat zorgt voor heel wat onzekerheid en heeft een grote impact op het psychosociaal welzijn van
    wensouders.

  • Fibromyalgie (11)
  • Fobiëen (13)

    Fobieën zijn specifieke angsten.

    fobieën kunnen worden onderverdeeld naar onderwerpsoort, zoals:

    dierenfobie,
    het natuurtype (onweer, water, natuurverschijnselen),
    het ziekte- en operatietype (naaldangst, verwondingsangst, bloedangst),
    het situationele type (hoogtevrees, pleinvrees, autorijangst, etc.).

    Fobieën kunnen zich ontwikkelen door associatie met een (traumatische) ervaring. Als iemand bijvoorbeeld een auto-ongeluk meemaakt, kan een fobie voor autorijden ontstaan.

G

H

  • Hoge bloeddruk (4)
  • Hoofdpijn (12)
  • Hooikoorts (4)
  • Huidaandoeningen (3)
  • Huilbaby (5)
  • Hyperventilatie (15)
  • Hoog sensitief persoon (HSP) (22)

    Volgens een door psychologe Elaine N. Aron ontwikkelde theorie is een hoogsensitief persoon (Engels: highly sensitive person ofwel 'zeer gevoelig persoon', afgekort HSP), iemand met een gevoeliger zenuwstelsel dan gemiddeld. HSP's worden snel overweldigd door prikkels uit de buitenwereld (geluiden, geuren,...)

    In het Nederlands wordt highly sensitive vertaald als 'hoogsensitief' of 'hooggevoelig'. De theorie werd in 1996 gepubliceerd en is dus relatief nieuw.

I

  • Identiteitsproblemen (28)

    Identiteitsproblemen hebben te maken met wie je voor jezelf bent. Ben je ontevreden over wie je bent? Of ben je er min of meer wanhopig naar op zoek?

  • Incestverwerking (17)

    Verwerkingsproblemen met een incestervaring.

J

L

  • Lage bloeddruk (2)
  • Leerproblemen (7)

    Kinderen met leerproblemen hebben het moeilijk met schoolse vaardigheden: lezen, schrijven, rekenen, een vreemde taal leren

    Leerproblemen kunnen het gevolg zijn van:
    * omstandigheden: weinig aandacht thuis, onvoldoende uitleg in de klas, gezinsproblemen

    * een verkeerde werkhouding: het kind leert uit het hoofd en heeft geen inzicht, steekt uren in lijntjes en kleuren maar werkt weinig oefeningen af.

    * emotionele problemen: faalangst, gebrek aan zelfvertrouwen, demotivatie

    * begaafdheid: het niveau en tempo op school ligt te hoog, het kind zit in de verkeerde school of studierichting

    * leerstoornissen zoals dyslexie (hardnekkige lees- en schrijfproblemen) of dyscalculie (hardnekkige rekenproblemen).

  • Lichamelijke klachten (18)

    Onder deze rubriek vindt u allerlei lichamelijke klachten en pijnen.

  • lipidenstoornissen (te hoge cholesterol en/of triglyceriden) (2)

O

  • Overgewicht (obesitas) (6)
  • onrust (26)
  • Ontwikkelingsproblemen - kinderen (7)

    Hoewel elk kind in zijn of haar eigen tempo ontwikkelt, werden er bepaalde leeftijden vastgesteld waarop een kind een bepaalde taak of vaardigheid zou moeten beheersen. We spreken van een ontwikkelingsachterstand als een kind een beetje afwijkt van het gemiddelde kind. We spreken van een ontwikkelingsstoornis als een kind erg afwijkt van het gemiddelde kind van zijn of haar leeftijd.

  • Opvoedingsproblemen (15)

    Wanneer opvoeden enige tijd moeilijk verloopt en het proberen van een andere aanpak niet tot het gewenste resultaat leidt, kan men spreken van opvoedingsproblemen.

P

  • Psychische problemen (44)
  • Psychiatrische problemen (9)
  • Psychose (4)

    Een psychose is een psychiatrisch toestandsbeeld (psychische aandoening), waarbij de patiënt het normale contact met de - door zijn omgeving ervaren - werkelijkheid kwijt is. Dit kan zich uiten in wanen (bv. constant denken dat je achtervolgd wordt), hallucinaties (dingen zien, horen of voelen, die er eigenlijk niet zijn), maar ook in ernstig verward denken, voelen, spreken of schrijven.

  • Psychosomatische klachten (23)

    Psyche betekent geest, soma betekent lichaam. Onverwerkte gevoelens of stress kunnen zich uiten via het lichaam. Psychosomatische klachten zijn dus lichamelijke klachten die een psychische oorzaak hebben en geen lichamelijke. Dat betekent dat artsen geen lichamelijke verklaring voor de klachten vinden.

  • Persoonlijkheidsgroei en -ontplooiing (37)

    Persoonlijkheidsgroei is bedoeld voor die mensen, die hun persoonlijkheid, hun karakter, hun levenswijze/-filosofie, hun communicatie, hun manier van handelen, etc. willen onderzoeken, dan wel veranderen, om tot een nieuw evenwicht te komen. Met de verwachting zich beter met hun omgeving en andere mensen te kunnen verbinden.

R

S

  • Schrijfstoornissen (dyslexie en dyscalculie) (1)

    Schrijfstoornissen, met name dyslexie-dysorthografie of spellingblindheid, dyscalculie of rekenblindheid (wat wijst op moeilijkheden om logische en mathematische structuren te verwerven) en dysgrafie of schrijfzwakte;

  • Slaapproblemen (15)

    Ongeveer een op drie mensen kampen met slaapproblemen. Meestal van tijdelijke aard en een gevolg van een of andere bijzondere gebeurtenis. Maar soms kunnen ze wijzen op een ernstiger probleem.
    Verschillende slaapproblemen komen hierbij voor. Mensen slapen niet of amper, dromen angstig, denken dat ze stikken of schoppen zonder dat ze het willen met hun benen.
    Ruwweg kan bij de slaapstoornissen een onderscheid gemaakt worden tussen te weinig of juist te veel slaap. In beide gevallen is de persoon overdag erg moe. In het eerste geval is er vaak sprake van een in- of doorslaapstoornis (bv. Insomnie). In het tweede geval gaat het bijvoorbeeld om stoornissen als narcolepsie of slaapapneu.
    De meest bekende slaapstoornissen zijn:
    Apneu
    Hypersomnia
    Insomnie (slapeloosheid)
    Narcolepsie
    Nachtmerries
    Pavor Nocturnus (Nacht terreur)
    Rusteloze benen
    Slaap-waak ritme stoornis
    Slaapwandelen

  • Somberheid (32)
  • Spastische darm (8)
  • spier- en gewrichtsklachten (6)
  • Spierstijfheid (3)
  • Spijsverteringsproblemen (7)
  • Sportblessures (4)
  • Spraakritmestoornis (stotteren) (2)

    Stotteren is een voorbeeld van een spraakritmestoornis.

  • Stofwisselingsstoornissen (2)
  • Stress- of spanningsgerelateerde klachten (40)
  • Spraak- en taalstoornissen (3)

    spraak- en stemstoornissen omvatten onder meer articulatiestoornissen (slissen, lispelen), taalachterstand (bv. 'uiserk' zeggen in plaats van 'huiswerk') en spraakritmestoornissen, met name stotteren.

  • slaapstoornissen (19)

    Ongeveer een op drie mensen kampen met slaapproblemen. Meestal van tijdelijke aard en een gevolg van een of andere bijzondere gebeurtenis. Maar soms kunnen ze wijzen op een ernstiger probleem.
    Verschillende slaapproblemen komen hierbij voor. Mensen slapen niet of amper, dromen angstig, denken dat ze stikken of schoppen zonder dat ze het willen met hun benen.
    Ruwweg kan bij de slaapstoornissen een onderscheid gemaakt worden tussen te weinig of juist te veel slaap. In beide gevallen is de persoon overdag erg moe. In het eerste geval is er vaak sprake van een in- of doorslaapstoornis (bv. Insomnie). In het tweede geval gaat het bijvoorbeeld om stoornissen als narcolepsie of slaapapneu.
    De meest bekende slaapstoornissen zijn:
    Apneu
    Hypersomnia
    Insomnie (slapeloosheid)
    Narcolepsie
    Nachtmerries
    Pavor Nocturnus (Nacht terreur)
    Rusteloze benen
    Slaap-waak ritme stoornis
    Slaapwandelen

  • Seksuele problemen (14)
  • Stoornissen in de impulscontrole (4)

    Een impulscontrole stoornis wordt gekenmerkt door het herhaaldelijk niet in staat zijn zich te verzetten tegen bepaalde schadelijke en/of verboden activiteiten.
    Iemand met een stoornis in de impulscontrole kan zich niet beheersen. Hij kan zich niet verzetten tegen de neiging om iets te doen dat schadelijk is voor zichzelf of voor anderen. Ervoor voelen mensen zich opgewonden, tijdens de activiteit voldaan en opgelucht. Daarna hebben ze er vaak spijt van. Bijvoorbeeld: jezelf niet in de hand hebben tijdens een conflictsituatie, zoals bij verkeersagressie.

    Er zijn enkele specifieke stoornissen in de impulscontrole zoals pyromanie (brandstichten), gokverslaving, plotselinge, onverklaarbare agressieve woedeaanvallen, neiging tot stelen, neiging om eigen haren uit te trekken, zelf wonden maken, zelf nagels en nagelriemen weghalen door te pulken.

T

V

W

Z

  • Ziekte van Crohn (7)
  • Zingevingsvragen (34)

    Problemen of vragen die te maken hebben met de zin van je leven. Vragen naar het waarom van het leven, meestal na een ingrijpende verandering of gebeurtenis.